Drinkwaterproductie en integraal waterbeheer

Integraal waterbeheer impliceert de afweging van belangen en de erkenning van de samenhang en de wisselwerking tussen de verschillende componenten van het watersysteem. Integraal waterbeheer streeft met andere woorden naar het duurzame beheer van het watersysteem. Dat vereist samenwerking tussen de verschillende beleids- en beheersorganen.

Ook de Europese Unie heeft zich over het waterbeleid gebogen met als voornaamste doelstelling om eveneens te komen tot een integratie van de bestaande wetgeving en uiteindelijk tot een duurzaam waterbeleid.

Na acht jaar van besprekingen en onderhandelingen, werd op 23 oktober 2000 de Kaderrichtlijn Water goedgekeurd door het Europese Parlement en de Raad. De Kaderrichtlijn Water bepaalt ondermeer dat alle waterlichamen die voor de onttrekking van water voor menselijke consumptie worden gebruikt en dagelijks meer dan 10 m³ leveren of meer dan vijftig personen bedienen, in een register afgebakend en opgenomen moeten worden. Die waterlichamen moeten daarna verder beschermd worden zodat het niveau van zuivering dat voor de productie van drinkwater is vereist, verlaagd wordt (artikel 7.1. en 7.3. van de KRLW).

Deze Kaderrichtlijn Water werd door de Vlaamse Overheid vertaald in een nieuw decreet betreffende het integrale waterbeleid dat in Vlaanderen het nieuwe kader moet aanreiken. Ook de drinkwatersector heeft hierin zijn plaats gekregen als een waterbeheerder die verantwoordelijk is voor een groot deel van de waterbevoorrading van de watergebruikers van Vlaanderen via leidingen. Door het programmadecreet van 24 december 2004 moeten de drinkwaterbedrijven ook hun geleverd water saneren waardoor zij nu verantwoordelijk worden voor een belangrijk deel van de waterketen.

"There is no QUANTITY if there is no QUALITY". Het beschermen van het water is dan ook een belangrijk onderdeel van het integrale waterbeheer.

De bronnen die voor drinkwater gebruikt worden, worden door de Vlarem-regelgeving beschermd. Zowel voor oppervlaktewater als voor grondwater bestaan er basiskwaliteitseisen, die erop gericht zijn een zo zuiver mogelijke ruwwaterbron te kunnen aanspreken. Deze basiskwaliteitseisen van vooral de oppervlaktewaters, bestemd voor de productie van drinkwater, zijn echter nog niet overal bereikt. Dat is een knelpunt voor de drinkwatersector.

Aan de andere kant wordt er vastgesteld dat de normen voor drinkwater (Besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2002, houdende reglementering inzake de kwaliteit en levering van water, bestemd voor menselijke consumptie) steeds strenger worden. Strenge normen in combinatie met een druk op onze grond- en oppervlaktewateren (zowel kwalitatief als kwantitatief) zorgt ervoor dat er steeds meer bijkomende zuiveringsstappen vereist zijn.